Buiten is het 22 graden, binnen zit

De weblog van Helmond

meer over deze weblog »
Op de weblog kun je over Helmond praten, huilen en lachen.
Alle berichten op onze voorpagina zijn actueel of gaan langer mee dan de waan van de dag. Vrijwel dagelijks plaatsen wij iets nieuws.
Onder elk bericht staan de reacties (inmiddels al 73.129 sinds de start van de weblog in mei 2005) van andere Helmonders. Alleen lezen wat anderen schreven kan, leuker is het natuurlijk als jij ook jouw on-topic (?) reactie geeft.

Helmondse Helden

9reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenSinds kort heeft Helmond er een heldin bij, genaamd Anna de Wit (1876 – 1976). Ik concludeer dit althans uit het aan haar gewijde theaterstuk dat amateurvereniging St. Genesius niet zo lang geleden met veel succes heeft gebracht: Anna, begin en einde van het Peapark.
Anna was, voor wie dat niet weet, de vrouw van Piet de Wit, de wonderlijke fabrikant die vanuit Helmond de hemel trachtte te bereiken, wat alleen al taalkundig onmogelijk is. Niettemin kwam Piet ver. Na twee keer eerder onmiddellijk op aarde te zijn teruggestort, wist hij met behulp van afvaldekens een lift off te bewerkstelligen. Ten teken van zijn hemelvaart richtte hij aan de Aarle-Rixtelseweg een engelenburcht op, het Peapark. Bouwen en vliegen gaan echter niet samen; Piet ging bankroet en het Peapark werd afgebroken. Voordat Helmond voor hem een regelrechte mond van de hel werd, vertrok hij met stille trom naar Brussel, waar hij, opnieuw rijk, zou sterven.
Gegeven dit verhaal van een onvermoeibare Icarus had het voor de hand gelegen dat Piet tot hoofdpersoon van het stuk zou zijn verklaard. Het werd echter Anna, en ik kan me voorstellen hoe dat in zijn werk is gegaan. Eenmaal met het project bezig moet iemand geopperd hebben dat Piet een verderfelijke kapitalist was geweest, die zich over de ruggen van zijn arbeiders had verrijkt. Het feit dat Piet de eerste textielfabrikant in Nederland met een CAO was en zijn arbeiders beter betaalde dan andere werkgevers, werd daarbij gemakshalve verzwegen of over het hoofd gezien. Hierna heeft mogelijk een feministe in het gezelschap de suggestie aangedragen Piets vrouw als uitgangspunt te nemen. Over deze Anna de Wit was bekend dat zij door alle dames uit de bourgeoisie stevig werd gepest, omdat zij eerst Piets dienstbode was geweest en niet mocht menen dat een dubbeltje een kwartje kon worden. Lees verder »

1reactie

logo of embleem van Helmondse HeldenHelmond heeft de pech gehad dat het zijn centrum grootscheeps moest renoveren tijdens de enige periode in de geschiedenis dat architecten apert lelijke dingen hebben gemaakt: tussen 1950 en 2000. Hoe dit heeft kunnen gebeuren is nog steeds een raadsel, maar een factor is wellicht geweest dat het modernisme van grootheden als Oud en Berlage bij middelmatige volgelingen algauw een invitatie tot eigenwijsheid en gemakzucht werd.
Het architectonisch verdriet in Helmond is ingeluid met Gebouw 1953 van de Vlisco én het superlompe Traverse-viaduct, die beide een kolossale hap uit de kasteeltuin namen. Hierdoor werd een middeleeuws stadsgezicht verwoest. Modieuze architecten mochten zich nadien gaan uitleven op de lege vlaktes die de gesloopte fabriekspanden en arbeiderswoningen achterlieten. En tot welk resultaat voerde dit? Tot voor kort was het zo dat waar je ook in de binnenstad keek, je steeds pijn aan je tandhalzen kreeg vanwege de lucht die je haastig naar binnen zoog.
Andere steden hebben eveneens te lijden gehad onder de naoorlogse bouwkunst, zij het minder. Dat in Helmond de eerste tegenactie ontstond is daarom begrijpelijk, alhoewel verrassend. De initiator hiervan was CDA-wethouder Sjef Jonkers (1936). Zoals het een moderne held betaamt, was hij beslist geen pauw met kostbare verenpracht. Zijn vroegere Mavo-leerlingen noemden hem Sjefke Schema, omdat hij bij de Duitse lessen die hij gaf nogal van schema’s hield. En hockeyvrienden herinneren hem als een knokige rechtshalf die oneindig veel kilometers maakte. Lees verder »

2reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenSjef Remmen (1922 – 1986) is ongevraagd Helmonder geworden. Nu geldt dat voor de meeste mensen, maar hij heeft er zelfs tegen geageerd. Als gemeenteraadslid in Mierlo was hij namelijk fel gekant tegen de Helmondse annexatie van zijn eigen dorp Mierlo-Hout. Toen hij in 1968 toch Helmonder werd, rook hij kansen en stapte hij meteen over naar de politieke arena van zijn nieuwe woonplaats. Een presentje. Zonder hem was de stad misschien wel verloren geweest.
Sjef kwam voort uit de katholieke arbeidersbeweging en werkte bij houthandel Clerx als vertegenwoordiger. Hij combineerde betrokkenheid met savoir vivre en ging, in tegenstelling tot veel Helmonders, niet gebukt onder herenvrees en mopperzucht. Als politicus wilde hij ook sturen, niet dienen. Binnen de CDA-fractie stelde hij direct zoveel vragen dat algauw de stemming ontstond: die moet maar wethouder worden, wat in 1974 gebeurde.
Helmond verkeerde op dat moment in een jammerlijke situatie. Het voortdurende slopen had een vertrekoverschot bewerkstelligd en geld om te bouwen ontbrak, want de gemeente stond onder rijkstoezicht. In Sjef vond zij een ideale belangenbehartiger. Met zuinigheid was hij vertrouwd, want als hij op een congres in het buitenland moest zijn nam hij nog pakjes brood mee. Een grote inzet hoorde hierbij: werkweken van tachtig uur waren voor hem doorsnee. Als handelsman wist hij bovendien ‘waar d’n olie wordt verkocht’. Bij onderhandelingen kon hij onbehouwen gedrag insgelijks beantwoorden, maar hij was het sterkst in het onopgesmukte appèl dat de eindbeslissing bij de verantwoordelijke instantie liet. Een rasbestuurder! Lees verder »

1reactie

logo of embleem van Helmondse HeldenWaarom heeft Helmond eigenlijk geen beroemde romanciers opgeleverd? Menigeen zal dit aan een gebrek aan plaatselijk talent wijten, maar statistisch is dat onmogelijk. Zelfs een dorp als Deurne telt al vier, vijf van zulke schrijvers, en zou Helmond er dan niet eentje kunnen tellen? Bovendien overschatten mensen het talent dat nodig is om als schrijver beroemd te worden. Elk jaar krijgen ettelijke damesauteurs van de media ruimschoots gelegenheid om hun jongste pennenvruchten aan te prijzen, maar het is heus niet zo dat wij daarin evenzoveel meesterwerken mogen verwelkomen.
Nee, volgens mij hebben twee zaken gespeeld: de Helmondse onzekerheid (om de term minderwaardigheidscomplex eens niet te gebruiken) en het gegeven dat de Helmondse samenleving behoorlijk ingewikkeld was, zoals deze portretserie al laat zien. De sociale tegenstellingen in de stad waren niet absoluut en onoverkomelijk en een romanschrijver kan daarmee nauwelijks uit de voeten. Denk aan Louis Paul Boon, die een boekenkast volschreef over Aalst, waar vijftig jaar eerder dan in Nederland de industrialisatie aanving. Boon hanteert als basisidee dat de lokale bevolking was verdeeld in onderdrukkers en onderdrukten. Ik geloof nooit dat hij daarmee de werkelijkheid recht heeft gedaan, maar het gaat erom dat in zijn geval die werkelijkheid nog net eenvoudig genoeg was om tot dat basisidee gereduceerd te kunnen worden.

Lees verder »

3reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenMijn indruk is altijd geweest dat sporters die in Helmond kwamen spelen meteen iets Helmonds kregen. Als illustratie: Coen Dillen die samen met Willy van der Kuijlen in brons staat vereeuwigd bij de ingang van het PSV-stadion. Van hem was bekend dat hij snoeihard kon punteren, maar toen hij in het laatste jaar van zijn carrière voor Helmondia uitkwam schoot hij – Heilige Maria! – de lat van een doel kapot.
Of neem zwerfhond Hans Kraaij jr. Iedereen wist dat de man nauwelijks kon voetballen. Aan de Bakelse Dijk speelde hij zo verschrikkelijk slecht en grof dat zelfs de meest verstokte supporters verlegen om hem moesten grinniken.
Autochtone Helmondse sporters daarentegen hadden van meet af aan dat extra Helmondse. Ik noem wielrenner Jos van der Vleuten uit Mierlo-Hout. De Vleut leerde televisiekijkers wat een waterdrager was, in zijn tijd nog een karwei met klotsende emmers. Dat die rol hem soms tegenstond demonstreerde hij tijdens de Tour de France door een eind met een omgekeerde emmer op zijn hoofd te rijden. Als waterdrager voor zijn kopman kweet hij zich niettemin zo trouwhartig van zijn taak dat hij een keer het puntenklassement van de Ronde van Spanje won, zonder echt mee te sprinten. Lees verder »

2reacties

logo of embleem van Helmondse Helden

Verwacht geen fijnschilders in Helmond! Iemand heeft eens geïnventariseerd hoeveel serieuze kunstenaars de stad heeft voortgebracht: meer dan honderd, maar daar zit geen fijnschilder tussen. Even typisch is dat geen van hen de eigen omgeving heeft verbeeld. Het kasteel en de Warande konden een enkeling nog inspireren, maar waar zijn de overalls, de volkscafés, de kanariepietjes? Althans picturaal pleegden Helmondse schilders vaandelvlucht; zij verkozen een leven elders, dat met een grove kwast kon worden neergezet.
        Leon Adriaans (1944 – 2004) verkoos de Peel. Geboren en getogen in de huidige Pastoor van Leeuwenstraat bevond hij zich al bijna in dat voormalige moeras, en zijn vader trok hem verder derwaarts als bedrijfsleider bij de Natex in Deurne. In zijn jeugd scharrelde hij graag rond bij Peelboertjes, en raakte hij vooral gefascineerd door hun dikke paarden en petieterige akkers. Zigeuners uit Roemenië, jaarlijkse bezoekers van deze contreien, wakkerden bij hem een permanent verlangen naar aardse simpelheid aan – sophistication zei hem weinig.
        Als kind tekende Leon al verwoed. Op de St. Jozefschool merkte zijn onderwijzer, Harry Crijns, dat hij voor weinig anders deugde. Gelukkig bleek hij genoeg talent te bezitten om zonder het vereiste Mulo-diploma te worden toegelaten tot de kunstacademie in 's-Hertogenbosch, en van hieruit begon zijn zoektocht. Op een keer maakte hij voor zijn docent een muurschildering met Belgische knollen, en hij werd ter plekke uitgeroepen tot zijn begaafdste leerling ooit. Maar de tijd was niet gunstig voor figuratieve schilders. De Cobra-beweging, een 'historische vergissing' aldus Leon, drensde nog na en de nieuwe popart wilde uitsluitend imponeren. Kunst, vond hij, moest het leven betrappen en diende niet esthetisch, niet mooi te zijn.

Lees verder »

1reactie

logo of embleem van Helmondse Helden

Geen mens heeft zijn voornaam met zoveel zwier gedragen als Sjef Raymakers (1910 – 2006). Meneer Sjef, zoals hij meestal werd genoemd, zag er uit als een aristocraat – het volkse Sjef hield hem bij de mensen.
        Sjef behoorde tot een van de oudste industriële families van het land. Al in 1777 richtte een voorouder van hem in Helmond een weefbedrijf op, dat tot vandaag standhoudt: de Koninklijke Textielfabrieken Raymakers & Co, waar de laatste Raymakers pas onlangs is opgestapt. Ondanks die eeuwen van winstvergaring was zijn familie niet rijk, beweerde Sjef. Daarvoor moest je namelijk in de handel zitten, en fabrikanten waren vooral gericht op productie. Het is altijd weer grappig om te merken dat iedereen zijn eigen maatstaven hanteert. Sjef woonde bijna zijn hele leven in het witte residentiële landhuis aan de noordzijde van het kanaal, dat gewone stervelingen juist als het summum van welvaart bestempelen.
        Omdat Sjef het achtste kind in een rij van negen was kon hij niet in het familiebedrijf terecht en moest hij een andere levensvervulling zoeken. Eerst studeerde hij voor kandidaat-notaris, blijkbaar met weinig genoegen, want hij startte uiteindelijk een kaarsenmakerij in het 'aauw fabriekske' aan de Kanaaldijk. Sjef vlaste echter op een andere rol. Hij was voor notabele in de wieg gelegd; de maatschappelijke plicht riep. Over notabelen wordt tegenwoordig denigrerend gesproken, maar dat waren wel mensen die het algemeen belang nagenoeg pro deo dienden en nimmer avonturen met andermans geld bedreven; ook vette bonussen waren onder hen nog taboe. Lees verder »

4reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenEn dan nu: een antiheld. Een antiheld kan ooit een held zijn geweest, maar waar een held steeds hoger boven zichzelf uitstijgt, zakt een antiheld steeds dieper in zichzelf weg, totdat hij zijn eigen karikatuur wordt. Van de vele antihelden die ik uit Helmond ken was de meest Helmondse: Heintje Fentener van Vlissingen (1921 – ’94).
Heintje was wat je noemt een type. Onder zijn jagershoedje, dat laag op zijn voorhoofd stond, puilde een woeste, bijna gezichtsbedekkende snorrebaard uit. Zelf heb ik aan de hand hiervan een wet ontdekt. Ik was erbij toen hij, puffend vanwege het warme weer, even zijn hoedje oplichtte om over zijn schedel te kunnen strijken – ineens zag ik de top van een bruin ei! Sindsdien weet ik dat als je een man met een woeste snorrebaard en een hoed tegenkomt, je mag concluderen dat er onder die hoed een gladde schedel zucht.
Misschien zijn met Heintjes kaalheid ook wel alle problemen begonnen. Hij was in zijn jeugd een knappe jongen. Over zijn ogen zei iemand eens dat alleen paarden mooiere ogen bezitten. Hij zal zich uitermate geliefd hebben gevoeld, en dan ineens die verrekte kaalheid. Heintje had hier slechts een antwoord op: permanente camouflage. Toen hij bij de Vlisco ging werken, bedong hij zelfs dat hij op kantoor steeds een pet mocht dragen, min of meer een recept voor eigenaardigheid. Lees verder »

12reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenBijna had Helmond een beroemd auteur gehad. Of bijna? Nol van Roessel (1920 – 2001) wàs beroemd, zij het alleen in Brabant. Nol vond dat naar eigen zeggen best, waarbij een punt zal zijn geweest dat zijn voornaam hem min of meer tot de provincie veroordeelde. Een andere Brabantse schrijver, Adri van der Heijden, onttrok zich bewust aan dit lot door zich consequent A.F.Th. te noemen en bekakt Nederlands te gaan praten, alhoewel hij uit een achterbuurt in Geldrop komt. Drs. A. van Roessel bewandelde precies de omgekeerde weg. Hij werd almaar Brabantser.
Nol groeide op in Schijndel, waar zijn vader een bakkerszaak had. Het is heel lang goed met hem gegaan. Hij studeerde Nederlands in Nijmegen en Utrecht en werd leraar in Eindhoven en Hulst. In Helmond, waar hij met zes kinderen en een lieftalige vrouw neerstreek, maakte hij een vliegende start als rector van het Carolus Borromeus College èn als gemeenteraadslid. Die combinatie was teveel. Nog voor zijn vijftigste raakte hij overspannen; en daaraan danken wij een schrijver.
Lees verder »

2reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenGeen muziekinstrument kan de sfeer van een oude fabrieksstad beter oproepen dan een accordeon. De rapsodie op straat tijdens de spits, de dagelijkse polka in de bedrijven, de massaal gezongen kroegballade, de blues om de zoveelste dronkenschap.
Helmond hechtte aan het accordeon, want terwijl elders elektrische gitaren en drumstellen opgang maakten, beleefde de ‘hoempa trekzak’ en de ‘piano voor de armen’ hier een heuse renaissance. In dit bestek moet zeker Arie Willems uit de Heistraat worden genoemd, die als eerste conservatoriumdocent veel voor de herwaardering van het instrument heeft betekend. Maar de ware virtuoos, die ook door het grote publiek werd omarmd, was Addy Kleijngeld (1922 – 1977).
Addy had een echte kunstenaarsziel. Zijn vader dreef café Limburgia op de Zuid-Koninginnewal en bediende zichzelf dermate veelvuldig dat driftbuien steeds op de loer lagen. Addy leed zwaar onder hem, maar maakte ook telkens diens metamorfose mee. Zodra zijn vader een accordeon voorbond, werd het op slag gezellig. Een toverapparaat! Lees verder »

4reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenEindhoven had Peter en zijn Rockets om andere tijden aan te kondigen, Helmond had motorcoureur Jan Clynk (1930 – 1986).
Zijn naam alleen al! Hoe kreeg hij het voor elkaar die met een c en een i-grec te spellen, terwijl je slechts ‘klink’ hoorde. Nog zo vreemd was dat hij vlakbij de Steenweg in de Zestien Woningen woonde, een eiland van krotten in een zee van villa’s. En toch was hij het die van zich deed spreken. Gelovigen in de Mariakerk konden tijdens de zondagse mis af en toe het brullend getest van zijn Norton of BSA horen. Iedere jongen in de banken veerde dan centimeters op.
Wat was het precies met motocross? Als wielrennen voor de boetedoening na de biecht stond dan was motocross de vergiffenis. Het feit dat hiervoor bossen werden misbruikt, gaf de sport weer iets illegaals, alsof de vergiffenis om vergiffenis moest vragen. En dan vertegenwoordigden de motoren zelf een luxe die tegelijk haar eigen ontkenning was – de luxe van het boerenland, niet steriel blinkend maar met modder bespat.
In Helmond was Jan al vermaard voordat hij racete. Als leerling aan de Ambachtschool pikte hij regelmatig de motor van zijn vader, een aannemer met weinig succes. Scherp in de gaten gehouden door de politie, die hem tientallen keren bekeurde, leerde hij in de binnenstad jakkeren en sjezen. Op een dag stak in de Willem Prinzenstraat plotseling een kind over. Jan aarzelde geen tel. Hij legde zijn motor dwars op het wegdek, gleed door, en kwam enkele centimeters voor het kind tot stilstand. Een legende was geboren. Lees verder »

logo of embleem van Helmondse HeldenGeloof niet in miskende schrijvers! Op de televisie krijgen we bijna wekelijks Cees Nooteboom voorgeschoteld met daarbij de boodschap dat hij nog steeds miskend wordt. Nooteboom kijkt dan altijd als een glimlachende eend…
Maar er bestaan wel veel onbekende schrijvers. Ik heb het dan over serieuze schrijvers die zo onmodieus zijn dat ze de eventuele fase van miskenning niet eens bereiken. Helmond zou naar analogie van de onbekende soldaat zelfs een monument voor hen kunnen oprichten, want de onbekendste aller schrijvers heeft hier gewoond: Arnoud van Thiel (1911 – 1995).
Wat menigeen direct zal verbazen is die achternaam. De Van Thiels waren toch stoere metaalfabrikanten? Hoe kan daar nu een schrijver tussen hebben gezeten?
Maar Arnoud behoorde tot de tak rond de Nedschroef, die beduidend rustiger was dan die rond de Robur. Zijn vader en moeder hadden bovendien een hang naar deftigheid, getuige het landhuis dat zij in achttiende eeuwse stijl op Aarle-Rixtelseweg 14 lieten optrekken. Arnoud werd zelfs aangezet tot een deftig leven, want volgens een afspraak binnen de familie kon hij niet terecht in de Nedschroef-directie en hij zou daarvoor inkomenstechnisch flink revanche nemen. Lees verder »

5reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenHet is bijna niet meer voor te stellen maar amper een halve eeuw geleden waren priesters de belangrijkste mensen in de stad. De hiërarchie was: 1. de deken, 2. de fabrikanten en 3. de burgemeester. Ook onder die top bekleedden geestelijken, zowel seculieren als regulieren, gewichtige functies. Zij verzorgden het onderwijs op de lagere scholen, zij bemanden het ziekenhuis en elke vereniging kende een eigen moderator. Met hun hoofddeksels, pijen en soutanes vormden ze een vertrouwd onderdeel in het straatbeeld: meestal sneller lopend dan de rest en het oog principieel afgewend van wereldse verleidingen.
Er zaten lieverds tussen die individuele gelovigen veel troost en hulp schonken; maar ook engerds voor wie iedereen sidderde. Vooral nonnen toonden zich vaak bits, alsof ze vonden dat leken eigenlijk niet deugden. Over het algemeen waren het getalenteerde en ontwikkelde mensen, persoonlijkheden, die gezag genoten omdat ze de idealen van de geloofsgemeenschap hooghielden. Je zou hen vandaag nog weleens willen ontmoeten – of toch maar niet? Want hoe voelen zij zich na alle deconfessionalisering? Als helden zonder glorie, die voor niets offers hebben gebracht? Lees verder »

2reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenHet Gemeentemuseum van Helmond heeft als thema voor zijn collectie: Mens en Werk. Dat is in het licht van de stadsgeschiedenis een aardige vondst, maar wel een vondst: vooral luie subsidieverstrekkers zullen er verrukt over zijn. Ikzelf had liever gezien dat het museum zich had ontfermd over kunstenaars uit de regio. Wie bekommert zich nu om een Sjef van Schaik of een Marinus Dillen? Als de directie pit had getoond had zij zelfs alle Brabantse schilders bijeen kunnen brengen, want de meeste omliggende musea proberen slechts een mini Tate of MoMA te zijn – ongewild maar toch zelfverkozen provincialisme, de meest verdrietige vorm ervan.
Wie aan elke vorm van provincialisme wist te ontsnappen en tegelijk zijn oorsprong nooit verloochende, was Gérard Princée (1908 – 1999), Helmonds grootste kunstenaar.
Gérard (op z’n Frans uitgesproken, maar Princée is weer op z’n Hollands) was een dromerige zoon van een slager op de Koninginnewal. Vandaag verdient een slager evenveel als de gemiddelde golfer, maar voor de oorlog was het armoe troef. Op latere leeftijd kon Gérard nog wenen om zijn gebrekkige jeugd, die inhield dat hij na de lagere school direct aan de slag moest en zijn tekenlust alleen op de avondschool kon botvieren. Er bestaan foto’s van hem op de caramelmakerij van de inmiddels verdwenen Nederlandsche Cacaofabriek, waarbij hij met stille verwildering tussen zijn collega’s staat. Iets van een carrière beleefde hij daar wel, want hij heeft voor dat bedrijf ook verpakkingen ontworpen. Achter in de twintig kwam hij echter tot de conclusie dat hij een kunstenaar was en hij waagde een enorme stap: hij vertrok op de bonnefooi naar Parijs. Lees verder »

1reactie

logo of embleem van Helmondse HeldenFabrikant Willem van Asten (1895 – 1969) kwam uit een filantropisch geslacht. Deze traditie was ingezet door een zwager van zijn opa, Willem Diddens, medegrondlegger van de weverij Diddens & van Asten. De kinderloze Diddens had zich daaruit teruggetrokken na de dood van zijn vrouw en raakte steeds meer begeesterd door de missiegedachte die aan het eind van de negentiende eeuw opbloeide. Ter wille van een seminarie in Nankin, China, organiseerde hij op Brabantse markten unieke presentaties met kinderen die als mandarijn waren verkleed en bracht hij beurzen aan de man voor Chinese priesterstudenten. Uiteindelijk zou hij zijn hele vermogen van een paar ton aan de missie schenken. Hoewel er weinig concreets van deze activiteiten zal zijn overgebleven, werden de Van Astens door dit voorbeeld aangestoken. Een oom van de onderhavige Willem, die dezelfde naam als hij droeg, zou zich zelfs hoofdzakelijk met liefdadigheid bezighouden.
Willem van Asten was allereerst ondernemer. Net afgestudeerd aan de textielschool van Mönchen-Gladbach voegde hij al een spinnerij aan het familiebedrijf toe en onder hem werd het dekenmerk Didas een nationaal begrip. De fabriek groeide van een paar honderd tot bijna duizend man, ondanks tussentijdse dieptepunten in de jaren dertig en veertig. Lees verder »

7reacties

logo of embleem van Helmondse HeldenNiemand heeft een saaiere biografie gekregen dan de grootste directeur uit de Vlisco-geschiedenis, Jan Fentener van Vlissingen (1893 – 1978). De schrijver ervan, Sjef Verschueren, heeft ook werkelijk alles gedaan om dat te bewerkstelligen. Zo verzuimt hij te melden dat Jan is gescheiden van de Helmondse bankiersdochter Pauline Lotichius vooraleer hij trouwde met Hedwig Schröder uit Nederlands-Indië. Ook Jans in Helmond unieke vrijmetselaarschap blijft ongenoemd.
Dit is des te vreemder, omdat beide feiten wellicht met elkaar te maken hadden. De Fentener van Vlissingens waren namelijk extra ‘fijn’. De familie had als enige onder de protestantse fabrikanten in 1887 de overstap naar de Gereformeerde kerk gemaakt en bezat een verregaande neiging tot wereldverwerping. Een klassiek staaltje, over meer dan één familielid verteld, was een taart op een zichtbare plek neerzetten en die te laten verschimmelen in plaats van op te eten. En dan liep Jan ongeremd zijn eigen neus achterna en scheidde hij in een milieu waar huwelijken nog vaak strategische allianties vormden. Uit zelfverdediging zal hij een andere levensoriëntatie hebben gezocht. Lees verder »

6reacties

logo of embleem van Helmondse Helden

Wat mij bij Helmonders vaak opvalt is hun linkse reflex. Vooral de senioren onder hen kunnen nog ouderwets uitpakken over rijke stinkerds en uitgeknepen loonslaven. Ik heb daar weleens tegenin gebracht dat zo'n indeling eigenlijk een feodale denktrant verraadt, waarop ik meteen met de Helmondse discussietechniek kon kennismaken: 'achflikkertochop.'
        Je zou verwachten dat Helmond bij zoveel links vuur wel een stevig partijtje heeft meegeblazen tijdens de massastakingen gedurende de eerste helft van de vorige eeuw. De waarheid is echter dat hier pas in de jaren zeventig voor het eerst massaal is gestaakt. Helmondse arbeiders zochten verbeteringen van hun arbeidssituatie liever op persoonlijke titel, dat wil zeggen, in lijntrekken en voorgewende ziektes als 'ping in de rug'.
        Niettemin zijn er hier net als elders echte linkse helden geweest. Petje af voor Jan Bungeners (1899 – 1975), de eerste socialist die in de gemeenteraad belandde. Het jaar waarin dat gebeurde was 1931, rijkelijk laat in vergelijking met andere fabriekssteden. Jan had echter niet alleen te kampen met de onverschilligheid van Helmondse arbeiders, ook met de gevestigde macht. En in een kleine fabrieksstad met niet al te grote bedrijven was die effectiever dan elders. Vooral de kerkelijke ban was een probaat middel om socialisten af te schrikken, zoals Jan zelf zou ervaren. Zijn eigen moeder zat op een zondag niets vermoedend in de Paterskerk naar de preek te luisteren toen over hem een ban werd uitgesproken – haar zoon een paria!

Lees verder »

3reacties

logo of embleem van Helmondse Helden

Naast het theater 't Speelhuis staan de bustes opgesteld van twee lokale componisten van serieuze muziek: Matthijs Vermeulen en Alphonse Stallaert.
        High culture in een fabrieksstad!
        Voor Alphonse Stallaert lijkt deze monumentale hulde aan de vroege kant: hij was een tijdje dirigent van het Brabants Orkest en heeft daarna zijn arbeidsterrein verlegd naar Frankrijk. Matthijs Vermeulen (1888 – 1967) daarentegen wordt op Wikipedia aangemerkt als niet minder dan 'de grootste symfonische componist van Nederland'. Zelf kende ik hem al zonder een noot van hem te hebben gehoord, want hij is de veroorzaker geweest van een van de weinige incidenten in de geschiedenis van het Amsterdamse Concertgebouw. Dat incident, cruciaal voor zijn hele loopbaan, heeft wel een verongelijkt Helmonds tintje, al kan dat projectie mijnerzijds zijn.
        Maar eerst: wie was Matthijs Vermeulen? Hij werd geboren als Matheas van der Meulen, zoon van een kleine smid en winkelier in ijzerwaren op Kerkstraat 10. Het lag in de lijn der dingen dat hij zijn vader zou opvolgen, maar een zwakke gezondheid verhinderde dit en hij koos voor een priesteropleiding. Tijdens de muzieklessen op het seminarie van de Norbertijnen in Heeswijk kreeg hij een visioen van wat hij echt wilde worden.

Lees verder »

1reactie

logo of embleem van Helmondse HeldenEr zijn bij mijn weten geen Helmondse voorbeelden van krantenjongens die miljonair zijn geworden – misschien werden er te weinig kranten gelezen.  Maar ik ken wel diverse verhalen van arbeiders die tot fabrikant zijn uitgegroeid. Een van deze helden was Jan de Wit (1882 – 1966).
Een arbeider van komaf was Jan niet. Zijn vader was een boer uit Gemert, die vroeg overleed. Zijn moeder kwam uit een smidsfamilie en  stuurde Jan in de leer bij diverse smeden. Eén patroon zag wel wat in de jongen en stimuleerde hem cursussen te volgen en zijn blikveld te verruimen – een vast element in dit soort verhalen. Via die patroon kon hij als vuurwerker terecht bij de schroefboutenfabriek Everts & van der Weyden in Helmond. Nog maanden zou hij ’s avonds helemaal naar Gemert terugwandelen om zijn opleiding tot smid te voltooien.
De jonge katholieke arbeidersbeweging bood een platform voor verdere ontwikkeling. Namens haar bemiddelde hij bij een staking bij de bekende Pasturke van Thiel, die hem meteen als meesterknecht binnenhaalde. Nadat hij in 1911 de eerste ‘arbeider’ was die in de gemeenteraad belandde, steeg hij bij Pasturke door tot bedrijfsleider. Later ging hij weer terug naar Everts & van der Weyden, waar hij het tot directeur bracht. Omdat hij in de omgang nogal lastig was, verschaften zijn mededirecteuren hem in 1944, toen hij de zestig al was gepasseerd, de middelen om een eigen spijkerfabriek te beginnen, J.H. de Wit en Zonen. Tegen alle principes van de internationale arbeidsverdeling in is die fabriek tot vandaag actief. Lees verder »

1reactie

logo of embleem van Helmondse HeldenJe bent je halve leven kwijt aan het ontmaskeren van andermans hypocrisie en onzin. Daarom is het weleens prettig wanneer iemand zichzelf ontmaskert, hoewel dat tegelijkertijd pijn doet, alsof je hem  liever hoger had ingeschat.
Sjef van Wel (1881 – 1957) was ontegenzeggelijk een getalenteerd man. Zijn vader dreef een bakkerswinkel in de Heistraat, waar de algehele stemming tegen het establishment gekant was. Vader van Wel onderscheidde zich doordat hij zijn gezin juist hogerop trachtte te brengen. Hij stuurde Sjef naar een broederinternaat om onderwijzer te worden, een opleiding die weliswaar niets kostte maar het gezin een kinderloon scheelde. Gelukkig was de opleiding aan de jongen besteed; hij zou uiteindelijk een middelbare acte Economie behalen.
Al tijdens zijn studie raakte Sjef verzeild in de jonge katholieke arbeidersbeweging, die ook de ontplooiing van haar leden ter hand nam. Idealisme was toen: je niet elk weekend bezatten, wat in de Heistraat de gangbare liefhebberij was. Eerst bij de geheelonthouders, vervolgens bij de toneelvereniging leerde Sjef zich creatief te uiten. Hij werd redacteur en zelfs hoofdredacteur van de plaatselijke krant Het Nieuws van de Week. Zijn definitieve ontsnapping naar een ander milieu bewerkstelligde hij door met een meisje Noten te trouwen, wier vader hem het startkapitaal bezorgde voor een ijzerwarenwinkel op de Markt en een drukkerij in de Molenstraat. Toch zou Sjef zijn herkomst nooit verloochenen. In zijn kolommen nam hij voortdurend sociale misstanden op de hak, met gedegen analyses maar ook met schelmerij, waardoor hij waarschijnlijk zijn krant weer kwijtraakte. Lees verder »

?>