3reacties

Helmond

’t Is een stad van niks
dat kan ik rustig zeggen
want ik kom er zelf vandaan
en de Helmonders zeggen dat zelf ook
want het kankeren zit hen in het bloed
het is liefde en humor
Een schaap, een lam zelfs in wolfskleren
dat is de Helmondse aard

Tegelijk is er geen stad
zoals Helmond dat doet
die zo zelf zijn wolf verslaat;
fabrieksgeweld, vervuilde grond.
Daarachter nog de duistere Peel
-wat kostte daar de turf?!-
en kwellend nu op het stadhuis,
even sompig, de mooipraters
die aan de lui daar de kleren verkopen
van de keizer, Helmonds onbenul
te paaien; de vos die lacht
om de raaf terwijl hij wegholt met de kaas.
Voetballers met nauwelijks lagere school
in de politiek of toch weer niet?
Die jongens gaan voor gejuich en relatie-geschenken.

Hellemond is als een afscheidsbrief
die maar half geschreven werd,
daarna verfrommeld, doorgescheurd
en dan toch weer opengevouwen,
plat gestreken en in de la gelegd.
Misschien ooit nog eens te gebruiken?
Terwijl je allang weet:
je komt er nooit vandaan die stad,
ook al wijst Helle mond
de duisternis daarachter aan.

-“What ’s in a name?”-
Voor mij is Helmond altijd
de hemelpoort nabij gebleven.
De reden om er steeds weer heen te gaan
Stapte ik uit de trein dan zag ik
daar op het station eerder ons vader,
daarna ons moeder en nu altijd nog
zie ik mijn broer staan wachten,
met die vertrouwde blik, dat warme hart
alles wat in Helmond wezenlijk is
dat zijn de mensen, speciaal hun aard.

Geschreven door Maria van de Looverbosch (dochter van Jet Mosman).
Op 8 februari 2006 verschenen in dagblad Trouw.